De 14 beste blogs over startups en venture capital van dit jaar

Als het aankomt op blogposts over startups en venture capital lees ik zo’n beetje alles wat los en vast zit. Net als vorig jaar heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn leeslijst bij te werken en de beste blogposts die ik in 2016 heb gelezen in een overzicht te zetten. Ik hou van blogposts die een nieuw geluid laten horen, die gebaseerd zijn op een mooie analyse, die tastbare inzichten geven en/of die iets waardevols toevoegen aan het Nederlandse startup ecosysteem. Dit zijn mijn favoriete blogposts en artikelen van of over de Nederlandse venture capital en startup scene in 2016, in willekeurige volgorde:

State of the Dutch Tech Startup & VC Landscape
Herman Kienhuis en Ludolf Stavenga (RIVER Venture Partners) op hun website
Fijn overzicht van de Nederlandse tech startup- en venture capital-scene, inclusief VC-deals en -exits, noemenswaardige spelers, kansen en bedreigingen, naar goed voorbeeld van o.a. Point Nine Capital. Conclusie: we worden volwassen. Als we wat uitzoomen naar Europees niveau via de analyse van Atomico en Slush, dan zien we ook hier een goed vooruitzicht: “deep tech is thriving across our continent and as a result the future is going to be invented in Europe.” Mooi uitgangspunt voor 2017.

state-of-tech-nl2

Are convertibles overvalued?
Joachim Blazer op zijn blog en StartupJuncture
Joachim heeft inmiddels een serie van waardevolle en technische blogposts geschreven over o.a. waarderingen, term sheets en cap tables, steeds met een voorbeeld in Excel uitgewerkt. Dit blog gaat over convertibles, een hybride vorm van financiering die de laatste jaren populairder lijkt geworden in Nederland. Joachim analyseert een standaard convertible met een equity deal in dezelfde fase en concludeert: convertibles zijn overgewaardeerd omdat een investeerder te weinig gecompenseerd wordt voor de risico’s. De rationale (en berekening) hierachter is dat een equity-investeerder eigenlijk een ronde eerder in stapt en dus meer risico neemt en dus een hoger verwacht rendement wil halen en dus meer aandelen opeist dan een convertible investeerder die in dezelfde fase instapt. Deze wordt namelijk alleen gecompenseerd door de discount of de valuation cap, maar dat blijkt minder dan de aandelen in een equity deal. In de conclusie mis ik wel de nuance dat de convertible investeerder nog wel een lening heeft die zijn downside (een beetje) kan afdekken, wat (ten dele) verklaart dat zijn stake relatief kleiner is. De essentie van deze blogpost is wat mij betreft dat elk financieel instrument andere kenmerken heeft en dat er niet blind moet worden gekozen voor een instrument dat misschien nu in de mode is.

The Technology Effect
Jan Andriessen (henQ) op VEECEE
Zitten we nu in een tech-bubbel en zo ja, hoe kan dat dan? Jan legt uit hoe een bubbel kan ontstaan, op basis van een wetenschappelijk artikel; het technologie-effect. Kortgezegd houd het in dat mensen grote verwachtingen hebben van technologie die ze nog niet kennen. Hoe minder ze van de technologie afweten, hoe hoger de verwachtingen. Het is in feite een psychologisch effect dat mensen nieuwe technologie koppelen aan een perceptie van succes. Maar investeerders zich hier ook door laten leiden, dan kan het gebeuren dat ze in technologie investeren waarvan ze niet begrijpen hoe het werkt puur omdat ze hoop hebben dát het werkt. En dat kan weer resulteren in investeringen die uiteindelijk niet de verwachtingen waarmaken. Het recept voor bubbels?

5 begrippen die je moet kennen als je een venture capital-deal sluit
Sjoerd Mol (Benvalor) op Sprout
Bij een venture capital-deal ligt het gevaar van informatie-asymmetrie op de loer; voor de ondernemer is het misschien zijn/ haar eerste deal maar de VC doet er zo’n 2-3 per jaar en weet dus beter hoe de hazen lopen. Om je kennispeil wat bij te schroeven heeft Sjoerd Mol met twee andere experts een boek geschreven over deal terms. In dit artikel op Sprout alvast een voorproefje, inclusief wat (vieze) trucjes die investeerders uit kunnen halen om hun belang te versterken ten koste van de ondernemers. Het hele spiekbriefje met begrippen staat overigens hier, Mol’s blogpost over liquidation preferences hier.

5 Guidelines when raising your angel seed round
Dave Dirks (EVO Venture Partners) op LinkedIn en website
En nu we de belangrijkste begrippen en bepalingen van een VC deal beter kennen, kunnen we ook gaan kijken naar de best practices. Dave Dirks geeft 5 richtlijnen die relevant zijn voor zowel ondernemers als informal investors als het aankomt op het doen van een seed-ronde en de ‘terms’ die daarbij komen kijken. 

Understanding Reasons for VC rejections – Are you a perfect fit for the VCs you’re pitching to?
Mathijs de Wit (Newion Investments) op VEECEE en StartupJuncture
Elk venture capital fonds heeft zijn eigen investeringsvoorkeuren en sweet spot. Als je je daar als startup vooraf goed in verdiept kun je gerichter in contact komen met VCs en kan dat beide partijen een hoop tijd besparen, zo betoogt Mathijs. Hij heeft natuurlijk gelijk, hoewel VCs ook een bijdrage kunnen leveren door meer (expliciet) inzicht te geven in hun investeringsvoorkeuren en sweet spots. En zelfs als het geen fit is, kunnen startups en VCs elkaar nog en hoop liefde (en hulp) bieden.

Managing Employee Performance towards the Top Level
Jan Andriessen (henQ) op VEECEE
Interessante blogpost over de best practices op het vlak van people management voor startups en scale-ups. Jan combineert hierbij de lessen die hij destilleerde uit Netflix’ cultuur (je weet wel, waar ze onbeperkt vakantiedagen hebben) en uit zijn portfoliobedrijven bij henQ. De rode draad die ik er uit haal: zorg dat je medewerkers, hoe hoog of laag ze ook in de organisatie zitten, betrokken zijn bij de missie en successen van het bedrijf en zich hier ook verantwoordelijk voor voelen. Als ze dat niet kunnen of willen kunnen ze misschien beter thuis Netflix gaan kijken of op zoek gaan naar iets anders.

Introducing and Explaining the Startup Matrix for Startup Strategies
Thomas Mensink (Golden Egg Check) op blog en StartupJuncture
Deze Startup Matrix komt uit onze Golden Egg Check koker. Het is een manier om de twee belangrijkste succesindicatoren van een startup in te kunnen visualiseren: potentie (lange termijn) en haalbaarheid (korte termijn). De Startup Matrix kan een waardevolle tool zijn om startups te helpen om een ‘Money Maker’ te worden. Strategieën hiervoor hangen namelijk af van het type startup; soms moet de potentie worden verhoogt door bijvoorbeeld het business model schaalbaarder te maken, soms moet de haalbaarheid worden vergroot door bij de time-to-market te verkorten.
gec-matrix

Increased Competition: US VCs entering the European Tech Scene
Pieter Welten (Prime Ventures) op VEECEE
In de State of the Dutch Tech Startup & VC Landscape hierboven zagen we al dat er veel Amerikaanse VCs Nederlandse bedrijven hebben geïnvesteerd, o.a. in Catawiki, Adyen, Shapeways, WeTransfer en Bynder. Pieter van Prime Ventures merkt op dat er inderdaad een trend is van meer concurrentie uit de VS, maar dat dat mooi complementair kan werken op de Nederlandse VCs die toch vaak kleinere fondsen hebben en dus kleinere deals doen. Voor ondernemers die schermen met Amerikaanse namen als onderhandelingstactiek (of zo) heeft hij een vraag: waarom? Hij noemt vijf punten die startups zichzelf moeten afvragen om te bepalen of het überhaupt zinvol is om met een Amerikaanse VC in zee te gaan maar vooral of het echt indruk maakt om te noemen dat je er mee in gesprek bent (TL;DR nee).

Dit zijn de angel-ondernemers die investeren in NL startups
Sprout redactie op website en in magazine
Nederlandse angels staan er niet echt om bekend om daar publiekelijk over naar buiten te treden. Ze zijn er echt wel, dus het zal vast een cultureel iets zijn. Inmiddels zie ik ze ook wat vaker er voor uit komen, en is de lijst op AngelList met Nederlandse angels toegenomen. De redactie van Sprout heeft in ieder geval haar best gedaan om een overzicht te maken van de ‘poldervariant van de Paypal mafia’ en een aantal portretten (in het Sprout magazine) te maken van Nederlands informal investors. Ik hoop dat dit andere angels uit daagt om zich nadrukkelijker te roeren in de startupscene, zodat het voor startups makkelijker is om de meest relevante angels te vinden en benaderen.

The 8 Characteristics of the Perfect Startup Team
Bryan Ruiter (Golden Egg Check) op VEECEE
VCs investeren graag in startups met een ‘strong team’. Maar wat bedoelen ze daar precies mee? Bryan heeft uitgezocht welke eigenschappen – en in hoeverre – optimaal zijn voor een startup team door met investeerders, ondernemers en business development experts te praten. Hij heeft de resultaten gekwantificeerd en gevisualiseerd in grafieken. Zo kunnen we zien dat er in veel eigenschappen een optimum zit; als je bijvoorbeeld eerder een startup hebt gehad stijgt de utility, maar alles meer dan 3 of 4 eerdere startups voegt niet meer zoveel toe. Is er iemand met het perfecte team?

ruiter_veecee

8 + 2 tips for startup and scaleup financial models
Nik Kalliagkopoulos (Prime Ventures) op VEECEE en StartupJuncture
Niet altijd het favoriete onderdeel van een startup: financial modeling. Wel heel nuttig om een goed model te bouwen en bij te houden om op die manier liquiditeitsproblemen aan te zien komen, je financieringsbehoefte te onderbouwen en voortgang te kunnen monitoren. Nik geeft 10 tips hoe je in Excel een goed financieel model kunt bouwen voor je startup. Dat voorkomt weer uit de lucht gegrepen hockeystickcurves.

Here’s How Founders Are Projecting Their Startups’ Growth Rate
Stefani Bozadzhieva op Equidam blog en Silicon Canals
Over die hockeystickcurves gesproken.. Stefani heeft op basis van data van waarderingstool Equidam geanalyseerd hoe die hockeysticks er nou ‘echt’ uit zien. Let op, dit zijn dus de geprojecteerde data, niet de gerealiseerde data (idee voor vervolg blogpost over 3 jaar?). Wat blijkt: startups denken gemiddeld zo’n 24 maanden nodig te hebben om tot $1 miljoen omzet te komen.

Don’t let startups drive you crazy; play to your strengths &
Competing with Incumbents – Yes, You Can!
Quintin Schevernels op Medium & Pieter Welten op VEECEE
Startups en corporates. Het is beetje het verhaal van David en de Goliath. Enerzijds zijn corporates toch veel te log om te innoveren en denken startups dat zij de reden zijn dat corporate CEO’s slecht slapen. Anderzijds hebben corporates de middelen om startups met een druk op de knop te vernietigen, als zij zich even boos zouden maken, waardoor startup CEO’s ook slecht slapen. Maar als we er even van een afstandje naar kijken, zoals Quintin en Pieter (beiden vanaf een ander perspectief) doen, dan biedt dat wellicht ruimte voor positieve energie en een betere nachtrust. Quintin legt uit dat de grootste bedreiging van corporates niet startups zijn, maar de corporates zelf. Hij raadt ze aan om te kijken naar hun sterke punten (zoals cash, klanten en kennis) en die voordelen te gebruiken om te innoveren met nieuwe producten en diensten. Pieter legt juist uit dat corporates als ze willen alles kunnen kopiëren, behalve de startup-cultuur en -mentaliteit. Dat is dan weer het grote voordeel van een startup. En misschien kunnen startups en corporates uiteindelijk zelfs samenwerken en van elkaar leren.

De blogposts die ik hierboven noem, vind ik zeer de moeite waard. Heb ik nog pareltjes gemist? Laat het me weten!

Ten opzichte van vorig jaar merk ik dat er meer te lezen is en dus te kiezen valt. Dus iedereen die een bijdrage heeft geleverd met waardevolle blogposts, inzichten, presentaties, etc. (ook al staan jullie niet in dit lijstje): top!

Ik hoop dat ik komend jaar nog meer interessante blogposts kan lezen. Ik wil dit stuk dan ook graag eindigen met een oproep aan Nederlandse startups, investeerders en overige stakeholders; deel in 2017 je kennis, inzichten en ervaringen!

 

Deze blogpost verscheen ook (in iets ingekorte versie) op Sprout.

Headerfoto is van Florian Klauer

 

Introducing the Amsterdam Startup Index: the ‘AEX for startups’

This post originally ran on StartupJuncture (with interactive chart), so go check it out there.

For the last year or so, I have been on a quest to find a way to measure and monitor the performance of startups. One of my trials resulted in the Amsterdam Startup Index; an index with the 25 ‘hottest’ startups of Amsterdam. In this blog post, I’d like to introduce you to this ‘AEX for startups’.

Just like the AEX, I selected 25 companies that together make up the index. Obviously, the selection for the Amsterdam Startup Index was not based on the market capitalization of the startups, but instead I chose Amsterdam-based startups that were founded in or after 2008 and raised at least €500,000 in or after 2013. From the remainder, I took the startups with the highest growth scores (see later on). This resulted in the 25 startups below (in alphabetical order).

The 25 startups included in the Amsterdam Startup Index

  • Adcrowd Retargeting
  • Afrimax
  • Cloakroom
  • Collaborne
  • Cupenya
  • Fairphone
  • Freenom
  • Hatch (Iceleads)
  • LookLive
  • Matchhamster
  • myTomorrows
  • Peerby
  • Pyramid Analytics
  • SkinVision
  • SocialSensr
  • StudyTube
  • Tiqets
  • Travelbird
  • Ubideo
  • VirtuaGym
  • Wercker
  • WeTransfer
  • Windcentrale
  • Yieldr
  • ZEEF

How we calculated the growth scores
It’s really hard to measure the progress of startups, especially from an external point of view, as most companies do not disclose information such as revenues (if any). We use the Growth Score that is developed by data company Mattermark as a proxy for the momentum of the 25 startups. Mattermark introduces the Growth Score as follows: “The Growth Score is a measure of how quickly a company is gaining traction at a given point in time. It incorporates the “[Mattermark] mindshare score” (web traffic, social traction) as well as business growth metrics (e.g. employee count over time, funding). The underlying assumption is that companies who see growth across these signals are shipping products and talking to customers, and are more likely to grow as a result.” You can check the data for yourself by downloading the (free) Mattermark iOS app.

Introducing: Amsterdam Startup Index
Since the beginning of this year I’ve been tracking the Growth Scores of the 25 selected Amsterdam startups. The result is presented in the chart below (interactive version here).

283.1 ↓4.7 (-1.6%)Schermafbeelding 2016-06-06 om 08.47.08.png

The chart is less real-time (a delay of 1 or 2 weeks) and less volatile than the AEX, because the scores are calculated on a weekly basis. The huge increase in the first two weeks of March is probably due to the $4 million funding that Tiqets raised attracted 7 March, which captured some (international) media attention.

The top five startups of last month are:

  1. LookLive (+12.1%)
  2. Afrimax (+10.6%)
  3. Peerby (+6.0%)
  4. WeTransfer (+1.7%)
  5. StudyTube (+1.6%)

Cool. Now what?
Wouldn’t it be cool if we could see how the Amsterdam or Dutch startup ecosystem evolves over time? If we could see if our startups are raising capital, if they are creating a fan base of customers, if they are gaining momentum?

There are several applications for a Startup Index like this that I have in mind. I can try to take the Amsterdam Startup Index to the next level, make a cool website and update the scores on a weekly basis. Maybe I can add startup analytics insights like RTL Z does for AEX companies (“the Amsterdam Startup Index is now below the psychological barrier of 300 points, because XYZ”), maybe I’ll try to convince BUX to incorporate the Amsterdam Startup Index in their app, maybe I can make the Utrecht or High Tech or Dutch Startup Index. Or I can quit this experiment and continue with my other startup analytics projects. I decided that all of this depends on if you, the reader, like this concept enough to justify putting more effort into this.

Startup analytics: no silver bullets
I’ve spent quite some time assessing tools that could help me to have better insights in the (Dutch) startup ecosystem. When it comes to startup analytics there are no silver bullets, but a combination of datasets and methodologies can result in valuable insights.

What I like about Mattermark’s Growth Score is that it includes most startups and makes it easy to monitor and compare them, and does so in a minimal invasive way, i.e. without bothering the startups. At the same time, there are some inherent limitations, such as only taking into account external signals (no internal metrics like revenue, no. of customers, gross margin, churn) and making no distinction between for example B2B and B2C companies (B2C companies are more likely to have a bigger ‘fan base’).

Furthermore, the weak point of the Growth Score is that, although Mattermark mentions the input factors, the actual calculation to get to the score is one big black box. Also, some past scores tend to change over time, which is strange and obviously an error. I wouldn’t attach too much value to the concrete numbers for that reason, but as an indicator (and especially on aggregated level like in the Amsterdam Startup Index) it has value in my perspective. I think the Growth Score is still a powerful indicator of growth and performance from an external point of view.

And that’s exactly how I designed this Amsterdam Startup Index; as an indicator of the startup ecosystem at best.

If you are curious about my other startup analytics projects, like the performance scores that we developed at Golden Egg Check based on internal key metrics, follow this blog or send me a message.

Mijn favoriete blog posts in 2015 van Nederlandse VCs, ondernemers en andere enthousiastelingen

Het jaar is bijna ten einde. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn leeslijst bij te werken en de beste blog posts die ik in 2015 heb gelezen in een overzicht te zetten. Ik hou van blog posts die een nieuw geluid laten horen, die gebaseerd zijn op een mooie analyse, die tastbare inzichten geven en/of die iets waardevols toevoegen aan het Nederlandse startup ecosysteem. Dit zijn mijn favoriete blog posts en artikelen van of over de Nederlandse venture capital en startup scene in 2015, in willekeurige volgorde:

Help! Ik heb geld opgehaald. En nu?
Herman Hintzen op Emerce
Het ophalen van kapitaal is geen doel maar een middel. Daarom vind ik de insteek van dit stuk van Herman Hintzen (henQ) zo interessant; eigenlijk begint het pas als je kapitaal hebt opgehaald. De criteria in de checklist die hij noemt (o.a. schaalbaarheid, team maturity, business model), zijn trouwens ook opgenomen in onze Golden Egg Check.

Venture Capital, A Game Called ‘Unicorn Hunting’?
Pieter Welten op VeeCee
Sowieso is het de moeite waard om de blogs op VeeCee te bekijken. Verschillende jonge VCs (o.a. van henQ, Prime Ventures, Newion Investments en Endeit) delen hun inzichten en ervaringen. Deze blog post van Pieter, waarin het venture capital model wordt omschreven, vond ik waardevol omdat ik merk dat het voor ondernemers niet altijd duidelijk is waarom VCs alleen maar investeren als ze verwachten dat er enorme groeipotentie is. Een haalbare, okeeje propositie kan heel succesvol worden voor de ondernemer, maar past minder goed in het VC model waar er gezocht wordt naar de klapper die alle verliezen weer goed maakt. Maar omdat het zo lastig is van tevoren te weten welke de klapper gaat worden, moeten VCs zo selecteren dat elke investering de potentie heeft een klapper te worden.

VC firm Atomico has researched the size of the late-stage funding gap in Europe (and the opportunity ahead)
Tom Wehmeier en Neil Murray op tech.eu
Op basis van startup- en venture capital-data heeft Tom Wehmeier van Atomico een analyse gemaakt van de funding gap in Europa. De data suggereren o.a. dat “early stage funding is aligned with the opportunity, later-stage funding is not” en “the shortfall between European VC funds being raised versus capital invested in Europe is increasing”. Concluderend denkt Wehmeier dat voor Europa het beste er nog aan zit te komen omdat er een enorme opportunity is (deze conclusie komt Atomico uiteraard niet slecht uit). Interessant is ook dat een andere investeerder, Thomas Grota van T-Venture Holding, ook enorme kansen in Europa ziet, maar hij verwacht juist dat minder US investeerders interesse hebben in groeikapitaalrondes (Series B t/m D) en meer Aziatische investeerders. We zullen zien…

In de analyse is geen uitsplitsing gemaakt voor de situatie in Nederland, maar ik heb het gevoel dat ook bij ons de later-stage funding een bottleneck, en daardoor tegelijkertijd een grote kans is.

Continue reading “Mijn favoriete blog posts in 2015 van Nederlandse VCs, ondernemers en andere enthousiastelingen”

Uit onderzoek blijkt: het Amsterdamse ecosysteem is niet goed in groeikapitaal, maar wel goed in groeikapitaal.

Het is lastig te ontkennen dat er iets gaande is in Amsterdam qua startups. Sterker nog, maar liefst twee recente onderzoeken naar startup-ecosystemen schatten Amsterdam hoog in. Goed nieuws voor Nederland, Amsterdam en Neelie Kroes c.s.. Het rare is alleen dat het ene rapport Amsterdam roemt op punten waar de ander juist kritisch is. Hoe bruikbaar zijn deze ecosysteemonderzoeken eigenlijk?

Volgens het onderzoek van Compass (hier te downloaden) staat Amsterdam op plek 19 in de wereldwijde ranking van startup-ecosystemen. Deze index rankt de ecosystemen op vijf belangrijke componenten: Performance, Funding, Market Reach, Talent en Startup Experience. Het onderzoek is gebaseerd op data uit (openbare) databases (waaronder Crunchbase, AngelList en Dealroom), interviews met stakeholders (zoals ondernemers, investeerders en accelerators) en een enquête met ~11.000 respondenten uit 40 ecosystemen. De uiteindelijk gepresenteerde selectie omvat 20 ecosystemen, waar Amsterdam dus op plaats 19 staat. Een plek in de middenmoot dus.

medium_SER_2015_ranking_table_Final
Startup ecosysteem ranking van Compass

De andere index is die van de European Digital City Index (EDCi) en is gefinancierd door de Europese Commissie. Het is een index die beschrijft hoe goed verschillende Europese steden digitaal ondernemerschap ondersteunen. De index is dus qua insteek maar ook qua scope iets anders dan het Global Startup Ecosystem rapport van Compass; de EDCi is alleen gericht op (hoofd)steden in Europa. Hier scoort Amsterdam ook goed: plaats 2 voor startups (en plaats 3 voor scale-ups) van de 35 onderzochte steden, na Londen (en Stockholm). De index bestaat uit 38 indicatoren verdeeld over tien thema’s die tot stand zijn gekomen op basis van gesprekken met startups en experts. Bronnen waaruit data zijn gehaald zijn bestaande datasets (met name publieke zoals van Eurostat en OECD), “innovatieve” bronnen (zoals van Github, Twitter en Linkedin profielen) en overige bronnen waaronder AngelList, EVCA en Kickstarter.

Het zijn knappe scores van Amsterdam. Maar toen ik beter ging kijken naar de scores op onderliggende indicatoren en de twee onderzoeken met elkaar probeerde te vergelijken, viel me op dat de kracht van Amsterdam in één rapport de zwakte is in het andere. In het Compass rapport wordt bijvoorbeeld gezegd:

Despite these promising developments, there is a long way to go. Amsterdam ranks last among top 20 in Funding. The lack of seed and growth capital impedes entrepreneurial success, especially with regards to later-stage startups.”

Het gebrek aan seed en groeikapitaal is dus nu nog een verbeterpunt. Volgens Compass dan, want het rapoprt van de EDCi zegt op dit punt over Amsterdam:

“It scores strongly in our Index for capital, culture and connectedness.”

Capital is hier juist een sterk punt. Op het topic ‘access to finance’ doet Amsterdam het relatief goed met een derde plaats. Ook de onderliggende indicatoren (beschikbaarheid van early-stage, late-stage en crowdfunding capital) scoren stuk voor stuk rank 3 of 4 (zie onderstaande figuur).

ECDi capital
Amsterdam rankt 3e op het thema ‘Access to capital’ in de EDCi.

Kortom, wat volgens het ene rapport een aandachtspunt is, kan in een andere index juist (relatief aan peers) goed scoren. Het zou natuurlijk kunnen dat Amsterdam nog wat uitdagingen heeft op het gebied van (toegang tot) financiering, maar dat het ten opzichte van andere Europese steden goed scoort.

Dit is trouwens niet alleen voor Amsterdam het geval. Ook voor bijvoorbeeld Berlijn, dat juist relatief goed op ‘funding’ in de Compass index (rank 8 v.d. 20) en matig in de ECDi (rank 10 v.d. 35).

En dit geldt voor meerdere indicatoren. Niet alle indicatoren zijn direct vergelijkbaar, maar als we per stad bekijken of een indicator een positieve (de ranking van de indicator is beter dan de totale ranking van de stad) of juist negatieve bijdrage levert aan de ranking van de stad, ontstaat onderstaand overzicht:

Ecosystemen
Vergelijking Compass en ECDi per stad per indicator. Groen is een positieve bijdrage van indicator aan totale ranking, rood is negatieve bijdrage.

In dit overzicht is de ranking van een indicator van een stad vergeleken met de totale ranking van die stad. Als de ranking van de indicator lager, dus beter, is dan de totale ranking dan is die cel groen gekleurd en anders rood. Hoe groter het verschil, hoe feller de kleur. Bijvoorbeeld, Amsterdam rankt overall #19 op de ranking van Compass en #2 op die van ECDi. De indicator ‘market reach’ (of ‘market’) scoort Amsterdam plaats 10 in de Compass ranking, beter dan de overall rank (#19). Deze cel is dus groen. In de ECDi scoort Amsterdam op deze indicator juist slecht, rank #19, wat (veel) lager is dan de overall rank (#2). Daarom is deze cel rood. De gele cellen in deze tabel duiden op een ranking van de indicator die gelijk is aan de overall ranking van de stad. Gelijke kleuren per stad per indicator duiden op een consistente kijk van de beide indices.

Het valt dus op dat Amsterdam relatief erg goed scoort op market reach in de Compass index terwijl de ECDi deze indicator als relatief zwak inschat. Het verschil valt te verklaren als nader naar de onderliggende indicatoren wordt gekeken: Amsterdam/ Nederland heeft een kleine interne markt (ECDi) maar is erg gericht op het buitenland (Compass):

“Due to the small size of the Dutch market, Amsterdam startups tend to think global from day 1, which explains an impressive #10 ranking in Market Reach. On average 50% of their customers are foreign and they offer their product in more than two languages from the outset.”

Ditzelfde is in Parijs het geval: #6 t.o.v. gemiddelde van #11 in Compass versus #32 t.o.v. gemiddelde van #6 in ECDi.

Een ander opvallend verschil is de indicator ‘Talent/ Skills’ in Londen en Berlijn (scoort in beide gevallen goed in Compass maar slecht in ECDi).

De verschillen zijn (deels) te verklaren door andere indicatoren, andere dataverzameling en een andere definities, en ook door het feit dat het rankings zijn die relatieve scores tonen (en daarbij verschillende steden met elkaar vergelijken).

En wat hebben we hier aan?
Het Amsterdamse startup ecosysteem komt uit beide onderzoeken goed naar voren, Compass tipt het zelfs als ‘undervalued ecosystem’ en beveelt investeerders aan om in Amsterdam op zoek te gaan naar goede deals. Maar, de bevindingen en conclusies uit beide indices zijn niet altijd eenduidig en zelfs tegenovergesteld: Amsterdam is niet goed in groeikapitaal, maar wel goed in groeikapitaal. De Amsterdamse market reach is klein, maar ook weer groot.

Er is geen vastomlijnde definitie voor een ‘succesvol ecosysteem’. Elk startup ecosysteem heeft andere dynamiek en een andere doelstelling. Wat zijn dan de juiste indicatoren om een ecosysteem op te beoordelen of zelfs met andere ecosystemen te vergelijken? Daar komt nog een bij dat de data om indicatoren op waarde te kunnen schatten berucht incompleet of incorrect zijn in de startup scene. Deze factoren (en zo zijn er meer) kunnen er zomaar voor zorgen dat een ecosysteem goed scoort in een ranking, maar slecht in een andere.

Wat is dan het nut van dit soort rankings? Het is natuurlijk een mooi PR moment voor alle stakeholders (als je goed scoort natuurlijk. Anders: geen aandacht aan schenken), het kan worden aangegrepen om te laten zien dat we op de juiste weg zijn en het kan een aanzwengelend effect hebben (als het ware een self-fulfilling prophecy; als men maar gelooft dat Amsterdam place to be is dan wordt het vanzelf de place to be).

De resultaten van dit soort startup-ecosysteem rankings kunnen heel waardevol zijn voor beleidsmakers, ondernemers en investeerders, maar alleen als men zich verdiept in het doel, de methodologie en de onderliggende factoren van het onderzoek. Beide indices bieden enorm veel data, en de onderzoekers zijn zo vrij geweest dit te vertalen naar informatie. Als blind wordt gekeken naar de plek in een ranking (de informatie), zonder te weten waar naar wordt gekeken (de data), is dat een type scorebordjournalistiek waar niemand echt beter van wordt. Het hoog scoren in de rankings zou geen doel op zich moeten zijn, maar een indicator of het ecosysteem op weg is om de eigen doelen te halen.

In het geval van Amsterdam is het de ambitie om in top 3 van Europese startup steden te komen/blijven, “naast Londen en Berlijn”.

In de Compass ranking moet Amsterdam dan alleen Parijs voorbij, volgens de ECDi is het doel al bereikt.

Dit blog is eerder ook gepubliceerd op Emerce.

The Paradox of Venture Capital Success in Regional Entrepreneurial Ecosystems

“A Rainforest is a human ecosystem in which human creativity, business acumen, scientific discovery, investment capital, and other elements come together in a special recipe that nurtures budding ideas so they can grow into flourishing and sustainable enterprises.”

Venture capital investors Victor W. Hwang and Greg Horowitt use the analogy of a biology ecosystem to describe the distinctive elements of successful entrepreneurial ecosystems in their book The Rainforest – The Secret to Building the Next Silicon Valley. Entrepreneurial ecosystems are, to put it really short, subject to the (diversity of) people who are in it and their ability to interact and collaborate.

An entrepreneurial ecosystem is not something you just decide – on a good day, with a drink in your left hand – to build. It is something that needs to grow organically (hence: ‘rainforest’), which you can speed up at best. Ecosystems need their momentum to attract (or retain) talent, ideas, and capital (to name just a few ingredients).

While I was studying the entrepreneurial ecosystem of Twente (the Netherlands) and success factors of other ecosystems not too long ago, it got me thinking; can the success of a company that is ‘raised’ in an ecosystem have a negative impact on the very same ecosystem?

Continue reading “The Paradox of Venture Capital Success in Regional Entrepreneurial Ecosystems”

Delft: de Meest Innovatieve Stad van Nederland (evenals Eindhoven)

Afgelopen zomer las ik ergens op internet dat Eindhoven de meest innovatieve stad van de wereld is. Dit zou de conclusie zijn uit een onderzoek van Forbes. Forbes zelf zegt: “Eindhoven is hands-down the most inventive city in the world based on one of the most commonly used metrics for mapping the geography of innovation, which is called “patent intensity.” Ah, wacht. Eindhoven is de meest inventieve stad. Forbes rept niet over innovatiefste stad.

Er bestaan meerdere definities van innovatie, meestal gaat men uit van ‘vernieuwing’ (of uitvinding) + ‘commerciële exploitatie’ of ‘marktacceptatie’. Patentintensiteit is een indicator van uitsluitend het eerste deel van bovenstaande opsomming (een patent zegt niks over commerciële exploitatie), en meet dus inventiviteit in plaats van innovatie. Ten onrechte is ‘inventive’ dus vertaald als ‘innovatief’, onder andere door Webwereld en zelfs door octrooibureau Arnold + Siedsma. Pijnlijk. Joseph Schumpeter zou zich omdraaien in zijn graf.

Foto van Riley Briggs

Continue reading “Delft: de Meest Innovatieve Stad van Nederland (evenals Eindhoven)”